Freeswerken met standaard trommel

De onderlinge beitelafstand = 15 mm. Over dit freeswerk wordt nadien een nieuwe verharding gelegd. We onderscheiden volgende disciplines:

  • Sloopfrezen: affrezen op volle dikte van de verharding in één of meerdere freesgangen.
  • Bakfrezen: gedeeltelijk frezen van de verharding volgens het principe ”5 cm uit en 5 cm in”.
  • Profilerend frezen: gedeeltelijk affrezen van de verharding onder een van tevoren opgelegd dwars- of langsprofiel. De freesmachine is optioneel voorzien van aftastsystemen zoals dwarsregelaar, ultrasoon, een extra lange ski of een van tevoren aangebrachte kabel.
  • Frezen van brugdekken: het onderliggend gewapend beton is doorgaans niet volkomen vlak. Voorafgaandelijke peilingen zijn noodzakelijk om te vermijden dat het beton of het staal beschadigd worden. Het is aanbevolen om de totale vooropgestelde dikte selectief te frezen waarbij voor de laatste laag de fijne freesrol gebruikt wordt. Dit voorkomt ernstige schade aan de brug.
  • Aanzetten frezen: gedeeltelijk affrezen van de verharding om een traploze overgang te creëren ten behoeve van de overlaging. Dit dient – omwille van de beperkte ruimte – vaak te gebeuren met een kleine, wendbare freesmachine met een freestrommel van 1.0 m of 0.5 m.
  • Sleuven frezen: het affrezen van de verharding en de onderliggende fundering in één of meerdere freesgangen. Eventueel gevolgd door afgraving wanneer de sleuf dieper moet zijn dan 30 cm.
  • Mengfrezen: het affrezen van verhardingen en/of funderingen zonder het freesmateriaal op te laden. Het gemengde granulaat blijft ter plekke en dient als nivelleringsmateriaal.